Cantussen

Wat is cantussen?

Er wordt niet voor niets gezegd dat de studententijd de mooiste tijd is van je leven. Opeens gaat de wereld voor je open, ver weg van mama en papa en ben je zelf verantwoordelijk voor hoe jij je dagen en weken invult. De nieuwe omgeving is voor iedereen wat onzeker maar als snel word je verwelkomd door je kring, een groep enthousiaste medestudenten die jou precies wil laten zien wat dat befaamde studentenleven allemaal te bieden heeft: van fakbars tot de Oude Markt, talloze TD’s en niet te vergeten de cantussen.

Cantussen zijn iets wat buiten het studentenleven nauwelijks bestaat. Buiten bij sommige jeugdbewegingen kom je er enkel in de universiteitssteden mee in contact, er zijn dus duidelijk ‘ingewijden’ en de eerstejaars, die schacht worden genoemd en een doop ondergaan vooraleer ze zich echt lid van de vereniging mogen noemen. Tegenwoordig heeft de doop vooral een ludiek karakter en is de bedoeling dat de eerstejaars elkaar zo beter leren kennen en een sterke groepsband scheppen.

Wat is cantussen en wat zijn cantussen dan?

Een cantus, afgeleid van het Latijnse woord voor zingen cantare, is een avondactiviteit waar je voorzien van bier of water in overvloed met je vrienden en medestudenten een hele avond liederen zingt uit een studentencodex. Klinkt al fantastisch, is het ook, maar om alles wat in goede banen te leiden komt er nog heel wat meer bij kijken. Eerst en vooral zijn er drie voorzitters, vooraan in de zaal die de cantus begeleiden: de senior, cantor en zedenmeester genaamd. De zedenmeester is de verantwoordelijke voor de orde in de zaal en wordt bij grote cantussen zoals de onze daarbij geholpen door shifters, die naast kannen bier rondbrengen ook mensen aanspreken als ze te luidruchtig zijn en/ of gestraft worden. De cantor heeft de functie van (voor)zanger, het is zijn taak om de liederen goed te kennen en dient als voorbeeld zodat het publiek, dat de corona wordt genoemd, vlot kan meezingen. De voorzitter der voorzitters tenslotte is de senior. De senior is een publiek figuur, meestal de praeses, die beslist welke liederen er gezongen worden, wanneer er met z’n allen gedronken wordt en gedurende de cantus het woord voert. Samen staan zij er voor in om iedereen een avond vol bier en plezier te bezorgen.

Wat heb je nodig om te cantussen?

Niet veel, enkel iets om uit te drinken en een boek om uit te zingen. In ons geval is dat de studentencodex, het zo-goed-als-heilig boek van elke student. De codex is in de eerste plaats een liederboek, het staat vol met volksliederen, drink- en liefdesliederen en niet te vergeten de kringliederen. De groene codex wordt door het KVHV uitgegeven en wordt gebruikt door alle studenten in Leuven en de rest van Vlaanderen, buiten een deel van Gent. Daarnaast is de codex voor de meeste studenten ook een aandenken aan de studententijd van onschatbare waarde. Door elke cantus in de codex op te schrijven wordt het na verloop van tijd ook een persoonlijke terugblik op al die mooie avonden. Pro-tip: van heel wat codices gaat de kaft kapot en is het een idee om je cantussen op de witruimte voor de blauwe bladzijdes op te schrijven in plaats van op de kaft zelf. Dat brengt ons tot het derde doel van de codex, de blauwe bladzijdes. De bladzijdes bevinden zich tussen de kringlieden en andere liederen en bevatten alle regels en voorschriften voor cantussen en de werking van een studentenvereniging. Alles van het verloop van de cantus tot hoe iemand toedrinken is er in terug te vinden.

Maar hoe verloopt een cantus, zonder de 64 blauwe bladzijdes te gaan uitpluizen?

Traditiegetrouw bestaat een cantus uit drie delen met tussenin een tempus (een korte pauze waarin er gebabbeld mag worden en iedereen naar toilet kan). Op de evenementen vind je vaak ‘deuren: 20u00, Io vivat: 20u30’, vanaf dat de deuren opengaan is iedereen welkom om aan de rijen tafels, de corona plaats te nemen en onder het rechtstaand zingen van het Io vivat! is de cantus officieel begonnen. Omwille van hun boodschap start elke cantus met Io vivat! en Gaudeamus Igitur, gevolgd door het eigen kringlied gezongen door de leden. Daarna volgt de eerste gezamenlijke ad fundum, de andere kringliederen en is de cantus goed vertrokken. Vanaf dan mogen mensen elkaar beginnen toedrinken. Het is wel belangrijk om op te merken dat niemand boven zijn limiet moet drinken en daar niet toe gedwongen kan worden.


Mathias Waerebeek, geschreven voor VTK, 2020


Schacht, corona, praeses, ad fundum… Het studentenleven kent zijn eigen jargon en geschiedenis en verdient een woordje uitleg. Sinds het ontstaan van de eerste universiteiten in de 12de eeuw zoeken studenten elkaars gezelschap op bij pot en pint. Over de loop van honderden jaren Europese geschiedenis ontstonden daaruit studentenverenigingen met eigen gebruiken, liederen, taal, symboliek en kledij. Vandaag vinden we daar ook bij ons veel van terug: kijk maar naar de kringliederen, bierpotten met schild en praesidiumlinten. Bij VTK zetten we dus ook een trotse, aloude studententraditie voort. Die wordt niet enkel mondeling of per voorbeeld overgeleverd op cantussen en daarbuiten maar staat ook opgeschreven in onze leidraad, de codex. De blauwe bladzijdes zijn geschreven in het midden van de 20ste eeuw met als bedoeling om cantussen en clubavonden gestructureerder en uniform te laten verlopen. Daarvoor hebben ze zich gebaseerd op het Duitse model en de verschillende kringen hebben er hun eigen draai aan gegeven. Buiten regels en wat plechtige liederen staat er ook in beschreven wat bepaalde woorden die op cantussen vaak gebruikt worden betekenen, hieronder samengevat.

Verklarende woordenlijst: ad fundum: letterlijk ‘tot op de bodem’, gebruikt als een glas moet worden leeggedronken ad libidum: tot waar je zelf bepaalt, kan geantwoord worden om aan te geven dat je je glas niet leegdrinkt ad sedes: commando om te gaan zitten op je stoel, beantwoord met ‘sēdimus’ (eigenlijk sedēmus) corona: zowel het publiek als de zaal zelf, linker- en rechtercorona zijn vanuit het standpunt van de voorzitterstafel club: een niet-studierichtinggebonden studentenvereniging, meestal wel op basis van thuisstreek
prosit: zoals proost, iemand specifiek toedrinken of wanneer de senior een algemene dronk houdt: ‘prosit corona, ad fundum’ surgite: commando om recht te staan, beantwoord met ‘surgimus’ tempus: algemene pauze tijdens de delen of een korte persoonlijke pauze om naar toilet te gaan