Vlaamse Technische Kring

Q1: Wat zijn hoorcolleges?

Hoorcolleges zijn gewoon lessen. In de bachelors gaan deze voornamelijk door in de voormiddag (in de masters normaal ook). De proffen leggen hier voor een grote groep studenten hun cursus. Bij vakken zoals mechanica en analyse is er een duidelijke cursus en is noteren enkel nodig voor een beter begrip. Voor scheikunde zijn er echter slechts slides beschikbaar. Daar kunnen notitities en bijkomende voorbeelden wel eens handig zijn! Uiteraard moet je dat allemaal zelf wat uitzoeken. Feit is dat hoorcolleges nuttig kunnen zijn omdat je alles al een keertje hoort. Als je je niet kan concentreren in de hoorcolleges of niet echt probeert op te letten, is het beter om niet te gaan en de leerstof op jezelf te verwerken.


Q2: Hebben we enkel hoorcolleges?

Neen, naast hoorcolleges zijn er ook oefenzittingen. Die beginnen echter pas rond week 3. De eerste week heerst er dan ook euforie alom bij het zien van het lessenrooster: 15, misschien 20 uurtjes les, chillen dus. Maar plots verschijnen de oefenzittingen en wordt vrije tijd net iets schaarser. Oefenzittingen zijn heel erg nuttig, vermits deze rechtstreekser voorbereiden op de examens, die in het eerste semester veelal uit oefeningen bestaan. Oefenzittingen verduidelijken ook de theorie.


Q3 Brossen is foei...

of toch niet? De ene persoon kan zich al wat meer gebroste lessen veroorloven dan een andere, afhankelijk van vele factoren zoals intelligentie, concentratievermogen tijdens examens, studieritme in het weekend, ... In alle geval oefenzittingen skip je beter NIET. Daar legt men meestal de theorie nog eventjes uit. Vervolgens besteed je 2 nuttige uren aan het maken van oefeningen op de leerstof hetgeen je anders nooit zou doen. Voor hoorcolleges kunnen we enkel zeggen dat je zeker de eerste keren best aanwezig bent. Na verloop van tijd kan je dan zelf uitmaken of het hoorcollege voor jou een meerwaarde biedt ten opzichte van zelfstudie. Het is sowieso goed om alle hoorcolleges mee te maken om zo eventuele extra info en duiding niet te missen en om alle leerstof toch al eens meegemaakt te hebben. Ooit zal je deze immers toch moeten studeren, dus beter goed voorbereid dan van nul!


Q4: Zijn de lessen begrijpbaar/volgbaar?

De ene natuurlijk al wat beter dan de andere maar over het algemeen zijn de lessen goed te volgen. Vanaf het moment dat je het niet meer verstaat heb je 2 keuzes: doorbijten en hopen dat er beterschap komt of gewoon thuisblijven en zelf de leerstof verwerken.


Q5: Moet ik notities nemen?

Soms wel, soms niet. Voor het ene vak wel, voor het andere niet. Bij de slides van prof Creemers (scheikunde) is wat duiding wel handig. Wanneer je daar immers deftige notities van hebt is het handboek overbodig. Heb je die niet dan zal je regelmatig wel eens in je handboek moeten bladeren. Maar de meeste proffen hebben een mooi uitgeschreven cursus en vertellen in de les meestal niet veel meer dan hetgeen in de cursus staat. Wanneer je theorievragen krijgt staan die wel in de cursus (misschien niet zo uitgebreid als de prof ze op het bord schrijft). Waarom dan nog naar de les gaan is een terechte vraag? Ten eerste heb je zo al eens de theorie gehoord (en misschien zelfs begrepen of toch bijna) waardoor je vlotter kan studeren, en ten tweede vertellen de proffen regelmatig 'typische' examenvragen.


Q6: Waar vind ik mijn lessenrooster?

Het lessenrooster kan je bekijken op Toledo: doorklikken naar uurrooster.